Zes vragen over beëindiging “begeleiding werkzoekenden”.

0
638

LAS stelt B&W vragen over de beëindiging van het particulier initiatief “begeleiding werkzoekenden”.

Ons bereikte het bericht dat de organisatie “Het Honk” haar activiteiten, noodgedwongen moet staken. In een artikel in de Soester Courant geeft het bestuur van de Stichting Het Honk ondubbelzinnig de schuld hiervan aan de uitvoeringsinstantie BBS (ja, die van de klokkenluider):

Het beleid van uitvoeringsorganisatie BBS (Baarn Bunschoten Soest) is er de reden van de we de stekker uit de organisatie trekken”.

Het contact met BBS is steeds moeizaam geweest en kenmerkt zich door gebrek aan vertrouwen.

Het bestuur van Het Honk voelt zich aan het lijntje gehouden. De laatste tijd was er vrijwel geen contact meer mogelijk.

Lokaal Anders Soest maakt zich zorgen over deze ontwikkelingen. Juist nu de economie aantrekt en het toeleiden naar werk daardoor kansrijker wordt, zijn organisaties úit de Soester samenleving onmisbaar. Soester sociaal-ondernemers kunnen als geen ander de werkzoekenden begeleiden, voorbereiden en in contact brengen met werkgevers. Het Honk heeft ruim 50 mensen succesvol naar werk begeleidt. Door hun betrokkenheid, ook bij ondernemend Soest, blijken zij bij uitstek in staat om de werkzoekende op de juiste plek aan het werk te krijgen.

Contact met Bastiaan de Haas, de drijvende kracht achter Het Honk, heeft duidelijk gemaakt dat zijn besluit definitief is. Verdronken in de ambtelijke stroperigheid heeft hij nu andere keuzes gemaakt. Dat komt niet meer goed. De wethouder heeft in een publicatie gekozen voor de aanval op Het Honk, om daarmee de beschuldigingen te pareren. In dat gevecht zal LAS zich niet mengen. Wij richten ons op het in stand houden van een optimale begeleiding van werkzoekenden, ook in het belang van onze ondernemers.

Geacht college,

LAS stelt u de volgende vragen:

  1. Hoe ziet het college de stopzetting van Het Honk, vooral in relatie tot het belang voor werkzoekenden in de bijstand en voor de bedrijven.
  2. Welke andere initiatieven en/of organisaties houden zich, naast eigen uitvoering door BBS, bezig met de begeleiding naar werk, binnen het werkgebied van BBS?
  3. Hoe is hun relatie met BBS en welke resultaten zijn daarvan te melden?
  4. Is er sprake van contracten oid met sociale ondernemers, over bijvoorbeeld kwantiteit, kwaliteit en slagingspercentages?
  5. Indien dit niet het geval is, welke mogelijkheden ziet het college om dit alsnog snel te realiseren?
  6. Welke maatregelen stelt het college op korte termijn voor, om verdere afbraak van “particulier initiatief” binnen het sociale domein te voorkomen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER